Uitgelicht

Het begon in 2003

Appartement Kydoni, Agia Marina, Kreta

In 2003 waren wij op vakantie in Griekenland. Op Kreta. Geen vakantie zonder boeken. Echte boeken, dus niet meer dan vier of vijf. Dat was altijd een heel uitzoek werk. Welke wel en welke niet. Dus als er dan eens een niet goed boek tussen zat was dat balen. Dat jaar zat er een waardeloze thriller tussen. Zonde van de tijd. Hij verdween in de prullenbak onder de kreet dat kan ik beter.

Een uitdaging was begonnen.

Papadopoulos and Sons

In 2013 kwam aan de overkant van de plas de film Papadopoulos and sons uit. Het verhaal van Harry Papadopoulos, misschien een neef. Miljonair Harry Papadopoulos wordt zo zwaar getroffen door de economische crisis dat hij alles verliest. Zijn laatste optie is: het ingedutte fish and chips-tentje van zijn vervreemde broer in een Londense volkswijk te runnen. Dat vergt wat aanpassingen van Harry en zijn tot voor kort fortuinlijke kroost. Aanstaande zaterdag op BBC 1 om middernacht te zien.

Boek op wereldreis

Eerder heb ik al verteld van het exemplaar van het boek dat ik naar de fotograaf van de omslag had gestuurd. Anaïs Chaine, een Française werkzaam als trouwfotograaf op Fiji. ( Ik kies mijn partners zorgvuldig uit.) Zij was zo vriendelijk om een foto van haar model Atlanta beschikbaar te stellen.

Via Post.nl kon ik volgen dat het pakketje op Fiji was gearriveerd en door de douane was gegaan. Maar toen bleef het stil. Dat pakketje met een present exemplaar als dank voor de medewerking, bleef daar maar liggen.

Tijd om maar eens te informeren bij Anaïs, een mail was snel gestuurd en haar antwoord was er direct. Ook hier verstoorde Corona de planning.

Dear Martin,

I have received an email notice saying that the book has arrived. Unfortunately I was in Indonesia on holidays when the borders closed and didn’t make it back to Fiji, where the tourism industry and therefore economy has collapsed. So we moved to Australia, didn’t get to pack our staff, which is now on storage in Fiji until we can travel again. Crazy how Covid has affected our life!

I’m not sure if the Fijian post office will hold on to the book until we can go back. But thank you for sending it to me. I hope you had some great successes with it.

Warmly,

Anaïs

Nu maar hopen dat de post op Fiji het boek voor haar bewaard.

Het schriftje van Jamilly

Voor de eerste vijftig kopers van het boek: Moord in Agia Marina was er een bonus. Het schriftje met de recepten van de gerechten die voorkomen in het boek. Jamilly heeft ze gekregen van vriendinnen, buren en collega’s. Ze schrijft daarbij; ik voel me hierdoor helemaal thuis in Griekenland en Jani? Die vindt alles lekker wat ik maak…

Nu las ik vandaag in het Parool een leuk artikel over Maigret en wat schetst mijn verbazing? Mevrouw Maigret hield schijnbaar ook een schriftje bij; Le cahier de recettes de madame maigret.

Het is uit 1980, ook van de fameuze Guido Brunetti, een creatie van Donna Leon, is er een serieus kookboek; Brunetti’s Cookbook, uit 2010.

Ook over mijn grote vriend inspecteur Montalbano is er een kookboek gemaakt , blijkt als je even gaat zoeken uit 2010. Helaas alleen in het Italiaans een beetje lastig. Ik vond wel een Engelstalige beschrijving met een Montelbano menu klik hier.

Heb je een recept uit het schriftje uitgeprobeerd, maak er een foto van en stuur hem aub naar mij op.

Hier onder het recept van mevrouw Maigret met dank aan Charlotte Kleyn.

Charles den Tex in de Volkskrant over een plot

In onzekere tijden stijgt de behoefte aan een plot, want dat houdt alles bij elkaar

Een plot houdt de boel bij elkaar, stuwt een verhaal voort en kan het gevoel geven dat een groter plan alle problemen verklaart. Vandaar dat het in onzekere tijden zo aantrekkelijk is. Misdaadschrijver Charles den Tex buigt zich over de vraag wat een plot nu eigenlijk is. Met een belangrijke rol voor een dure soort zout.  

In onzekere tijden stijgt de behoefte aan een plot, aan een plan waarmee onze problemen kunnen worden verklaard en aangepakt. Deze krant heeft zelfs een rubriek gewijd aan de plot achter de covid-19-pandemie. Die rubriek is humoristisch bedoeld, maar aan de hoeveelheid varianten van plot die erin naar voren komen, kun je zien hoe het leeft. Ook in de politiek eisen we heldere taal, klare lijn en verklaring van de problemen. Thierry Baudet vaart er wel bij, met zijn partijkartel is hij de plotmaster van nu. Daarmee rijst de vraag wat een plot nu eigenlijk is en of men zich ook een beetje houdt aan het eigen plot. 

Life is what happens while you were busy making other plans.’ Deze uitspraak wordt vaak ten onrechte toegeschreven aan John Lennon, in werkelijkheid werd hij voor het eerst door Allen Saunders gebruikt in een editie van Reader’s Digest in 1957, en dat betekent dat de uitspraak al vijfentwintig jaar ouder is dan vaak gedacht. En het is onzin, het suggereert namelijk dat er geen relatie is tussen de plannen die je maakt en het leven dat gebeurt. Dat is niet alleen stom, erger, het is anti-plot. Als je dag in dag uit op de bank blijft hangen, gebeurt het leven niet. Het leven bestaat juist uit plannen maken, kijken hoe ver je daarmee komt of hoe jammerlijk het plan mislukt en dan nieuwe plannen maken. ‘What happens while you were busy making plans’ is niet ‘life’, maar dat zijn de plotwendingen en de twists.

De Amerikaanse schrijver Don DeLillo zag het heel anders: ‘To plot is to live. Het leven begint in chaos, met gebrabbel. Naarmate we verder komen, proberen we vorm te geven aan het leven, een plan te maken. Dat heeft een zekere waardigheid. Je hele leven is een plot, een plan, een verbeelding. Het is een mislukt plot, maar dat doet er niet toe. Wie plot bevestigt het leven, die probeert er iets van te maken.’ Dat is misschien wel het beste dat er ooit over is gezegd. To plot is to live … It is a failed plot. Het plan dat je maakt mislukt en mislukt nog een keer en nog een keer. Dat is de kern van elk plot.

De wereld zit niet in elkaar

‘Maar het leven heeft geen plot’, hoor je dan. ‘Zo zit de wereld niet in elkaar.’ Ook dit is anti-plot. Zonder het te weten heeft de spreker echter gelijk, want de wereld zit inderdaad niet in elkaar. De wereld zit uit elkaar. Ik maak vaak de vergelijking tussen schrijven en het werk in de keuken, daar is het precies hetzelfde: het eten zit uit elkaar, je begint met een aanrecht vol ingrediënten en alle messen en pannen die je nodig hebt. Alles ligt uit elkaar. In het leven en aan de schrijftafel is het net zo: het verhaal, het boek, zit uit elkaar. Elke dag heb je de opdracht om datgene wat je aan ideeën, aantekeningen en ingrediënten hebt op de een of andere manier in elkaar te draaien tot eten, tot een boek. Een plot. Als je dat niet doet, blijft het allemaal uit elkaar liggen.

The plot en to plot. In Nederland hebben we het over plot en plotten, die twee zijn niet hetzelfde. Plot is het recept en plotten is koken. En net zoals koken niet de werkwoordsvorm is van recept, zo is plotten niet de werkwoordsvorm van plot.

Het recept geeft alle ingrediënten op een rijtje, hoeveel van dit en hoeveel van dat, het hoofdbestanddeel, de kruiden, de kooktijd, alles. Je hoeft het alleen nog te maken. Terwijl je bezig bent in de keuken moet je bedenken of het gerecht (of het menu) niet toch beter kan, of je met een wisseling van ingrediënten niet meer kunt verrassen. Een recept kan nog zo goed zijn, als je gaat koken kun je  nog van alles veranderen. Het recept is de handleiding, het koken is het werk.

De plot geeft je de belangrijkste gebeurtenissen en personages op een rijtje, waar je begint en waar je eindigt, wie doet wat, hoeveel doden, wie achtervolgt wie, wanneer, waar en hoe wordt de dader gepakt (of niet). Als je dat eenmaal hebt, hoef je het alleen nog te schrijven (bij wijze van spreken).

Aan de schrijftafel begint het werk, elke dag moet je kijken of het verhaal wel de goeie kant op gaat, of je tevreden bent met wat eruit komt, of het verrassend genoeg is, spannend genoeg, interessant genoeg. Door een gebeurtenis of actie wordt het verhaal in beweging gezet. Aan de hand van de plot weet je waar je heen moet, maar als het verhaal eenmaal in beweging is, moet je die beweging blijven volgen en sturen. En soms stuurt de beweging jou. Dat is plotten.

Strevende personages

‘To plot is to live.’ Thomas Rosenboom en Renate Dorrestein zeggen dat je een ‘strevend personage’ moet hebben. De hoofdpersoon moet iets willen en door tegenslag raakt zij er alleen maar meer van overtuigd dat ze haar doel wil bereiken.

Bij plot denken mensen vaak aan een detective, behalve de Whodunnit is er de Whydunnit, de Willhedoit, de Whatthefuckhappened, de Willitwork en nog een paar varianten. Wie heeft de moord gepleegd? Waar is het geld heen? Does he get the girl? Soms wordt de plot gesteund door een twist. De plot is dan: Does he get the girl, of andersom (het probleem dat moet worden opgelost). De twist is dat de girl een boy blijkt (of andersom).

Patrica Highsmith, een van de beste schrijvers van psychologische thrillers, heeft ooit een boek geschreven over het plotten en schrijven van thrillers (Plotting and Writing Suspense Fiction, 1966). Het boek heeft twaalf hoofdstukken en hoofdstuk 5 gaat over plot. Het is acht pagina’s lang. Het is een leuk hoofdstuk waarin ze onder andere vertelt over het gebruik van toeval en voorbeelden geeft uit haar boeken, maar alles bij elkaar is het verbazingwekkend weinig voor iemand met zo’n statuur in de thrillerwereld. Iedereen is het erover eens dat plot belangrijk is, maar wat is het eigenlijk?

Plot is de reddende engel van veel verhalen. Net zoals een recept de redder is van een gerecht. Een slecht literair boek zonder plot is vaak slechter dan een slechte thriller met plot. Dat klinkt lullig, maar het is wel waar. Het verschil tussen literair (opgebouwd vanuit een personage) en thriller (opgebouwd vanuit een plot) zit hem precies daarin. Een literair personage heeft een interne drijfveer om iets te doen. Die zit in het karakter van het personage, een angst die overwonnen moet worden, een trauma dat moet worden opgelost, een moeilijke jeugd waarvan afscheid moet worden genomen, een groot verlies dat moet worden verwerkt of iets dergelijks, waardoor ze voornamelijk plotloos in het leven hangen.

‘Meestal heb ik niet eens een plot’, zei Norman Mailer, en John Cheever deed er nog een schepje bovenop: ‘Ik gebruik nooit een plot, met plot krijg je narratief en allerlei andere shit.’ Voor literaire schrijvers staat een plot vaak in de weg van de personages en hun worsteling met hun emoties en frustraties en ambities. Eerlijk en open over je diepste zieleroerselen schrijven is moeilijk, dat is waar. Toch zijn veel schrijvers ook een beetje bang van plot. Dat is goed, want bange schrijvers zijn meestal betere schrijvers.

Een plot is geen formule

Een plot verschaft een externe drijfveer voor de hoofdpersoon om iets te doen, een geheim dat moet worden ontdekt, een spion die moet worden ontmaskerd, een moordenaar die moet worden gepakt. Een literaire thriller combineert een innerlijke drijfveer met de externe en geeft de hoofdpersoon liefst ook nog een persoonlijk probleem mee – zoals de alcoholistische depressieve commissaris wiens vrouw hem dreigt te verlaten.

Maar plot is geen formule, het is een gegeven waarin iets niet klopt en waar je een verhaal voor moet vertellen om dat uit te leggen en op te lossen, een geheim dat ontrafeld moet worden. Dat ontrafelen wordt bemoeilijkt door allerlei dilemma’s waar de hoofdpersoon mee te maken krijgt. Er is een doel plus een reeks obstakels, en bij elk van die obstakels verzint de schrijver een oplossing voor het probleem waarbij er tegelijk een ander, groter probleem wordt gecreëerd. Tot de ontknoping.

Zo gaat het ook in de keuken. Je hebt de externe factoren (wat is er verkrijgbaar) en de interne (wat vind ik lekker). Elke chef gaat op zoek naar zijn ingrediënten, en natuurlijk naar killer-ingrediënten. Ingrediënten waarmee hij het verschil kan maken. De oplichters en de moordenaars. De smaken waarmee je de plot open gooit. Sterke smaken liefst in onverwachte combinaties. Knoflook, Spaanse peper, vissaus, ansjovis, gember.

Koks hanteren vaak een eenvoudige regel: gebruik alleen de beste ingrediënten. Dat is echter ook een gevaarlijke regel, voor je het weet, wil je alleen nog Japans Wagyu rundvlees met Maldon zout. En dan vraag je: wat is Maldon zout? Het zijn, ik citeer de verpakking: ‘zeezout-flakes, met de hand geoogste zoutvlokken, knapperig met een frisse intensiteit’. En waar smaakt dat dan naar? Vooral naar zout, de rest is marketing, à € 3 per 125 gram. Voor zout. Daarmee is het een beladen plotelement. Je moet dus oppassen, ingrediënten zijn belangrijk en de kwaliteit ervan ook, maar meestal zijn het de bereiding en de combinaties waar het om gaat. Een achtervolgingsscène is cliché, afgezaagd en achterhaald. Voor een goeie thriller moet je op zoek naar betere ingrediënten, zou je kunnen denken. Maar dat is niet altijd waar. In CEL (2007) combineerde ik een oud ingrediënt met een onverwachte locatie: een achtervolgingsscène van twee SUV’s door de Westlandse kassen.

Een zinnetje van niks

Maldon zout is een voorbeeld van een ingrediënt waarvan de kwaliteit meestal te hoog is voor het gerecht. Vergelijk het met de winnaar van de Gouden Strop dit jaar, Russisch voor beginners van Dominique Biebau. Het verhaal drijft op één belangrijke component in de plot. Het Maldon zout van Russisch voor beginners is een taal-trucje, slim bedacht alhoewel niet heel geloofwaardig. Het is een bijzonder ingrediënt dat in zijn eentje de plot moet dragen en daar is het niet echt sterk genoeg voor. In de film The Sixth Sense van M. Night Shyalaman is het wel is gelukt. Zijn Maldon zout is het zinnetje I see dead people. Een zinnetje van niks, vier woorden, een snufje zout, denk je, tot je er achter komt hoe het hele verhaal rond dat ene kleine zinnetje is opgebouwd en er geen seconde van afwijkt. Waarmee ik wil zeggen, als je Maldon zout in je plot wilt verwerken moet je het verhaal heel precies uitwerken. Anders kun je beter grof zout gebruiken (€ 0,59 per kilo).

En als de plot eenmaal is neergezet, moet het verhaal dat ook volgen en niet gaan dwalen of halverwege overstappen op een ander plot. Je mag niet zoals Thierry Baudet zeggen dat een vriendin van je in de trein is lastiggevallen door Marokkanen en vervolgens beweren dat het om het idee gaat als blijkt dat de Marokkanen controleurs waren en de vrouw helemaal geen vriendin was. Daarmee toont Baudet zich een schrijver die zijn eigen plot niet respecteert. Veel dieper kun je – literair gezien – niet zakken.

Stel: het verhaal begint met een verhoor in een moordzaak, dan blijft die zaak centraal. Het onderzoek mag wel tot allerlei andere dingen leiden, maar de moord mag niet onopgelost verdwijnen. In mijn laatste boek, Verloren vrouw, is dat de opzet. Iemand wordt verdacht van een moord en die wordt ook opgelost, alleen blijkt het ook om heel andere dingen te gaan. Maar de moord wordt opgelost, zo hoort het, want als de plot eenmaal staat, moet je eten wat de plot schaft.

De brief aan de schrijver

Hoi Martin,

Hier is mijn boekpresentatie zoals ik hem voor Nederlands heb ingeleverd.

We konden kiezen uit verschillende manieren voor een boekverslag, en ik heb gekozen voor

“De brief aan de schrijver”.

Groetjes,

Jordan

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Hoi Martin,

Ik schrijf je deze brief omdat ik het boek Moord in Agia Maria heb gelezen en graag wil laten weten wat ik er van vind. Ik ben bij de boekpresentatie geweest begin Januari 2020 en kreeg daardoor heel veel zin om het boek te gaan lezen. Ik verwachtte een leuk en spannend boek en die verwachtingen zijn helemaal uitgekomen. In het begin van het boek was het een beetje lastig om in het verhaal te komen maar verderop begon ik het helemaal voor mij te zien.

 Er zitten heel veel mooie stukken in het boek maar ik heb wel 2 favorieten.

Toen Jamilly terug gevonden werd:

Papadopoulus stormt de hut binnen. Er staat iemand gebogen over een figuur die languit op het bed ligt. Zonder zich te bedenken stort Papadopoulus zich op de staande persoon. Ze rollen beide over de grond. Papadopoulus wil uithalen. ‘Oh my goodness, I am terribly sorry to disturb you.‘ Onder hem ligt een slanke, rood verbrande vrouw van een jaar of vijftig. Ze draagt een bloemetjesblouse, korte jeans en geitenwollensokken in stevige bergschoenen. Britser kan niet. Papadopoulus draait zich om en ziet Jamilly op het bed zitten. Hij helpt de Britse overeind. Jamilly steekt haar hand uit. ‘Hay, I am Jamilly, I am a little bit lost, nice to meet you.‘ Papadopoulus excuseert zich en gaat naast Jamilly zitten.  Hij pakt haar hand. ‘Is alles goed met je, schat?’

En toen Helena het kind van de zus van Dimitris redde:

Met zijn handen trekt hij zich omhoog, Helena stormt de trap op. Hij is bijna bij de tas, als Helena hem bij zijn gewonde been pakt. Ze trekt hem met een ruk naar beneden, hij gilt het uit van de pijn. Hij schopt met zijn andere been naar Helena en treft haar vol in het gezicht. Ze valt bijna achterover als ze zich vast weet te grijpen aan de leuning. Opnieuw doet hij een poging om de tas met de baby te pakken. Weer grijpt Helena zijn gewonde been, dit keer pakt ze zijn voet en draait hem om. Daarmee komt zijn andere been klem te zitten. Hij gilt van de pijn en spuugt naar haar. Dan krijst hij: ‘Laat me gaan, ik ben bijna klaar, de opdracht is bijna volbracht voor haar.’ Met een laatste krachtinspanning doet hij een uitval naar de tas. Helena, die zijn voet de hele tijd vastgehouden heeft, draait hem verder door. Daardoor rolt hij om en komt op de band te liggen. Door zijn gewicht glijdt hij naar beneden, een berg plastic flessen voor zich uitduwend. Helena plukt de tas van de band en zet hem op de trap. Ze ritst hem open, de kleine worstelt met zijn armpjes en beentjes. Als hij haar ziet, stopt hij met huilen. Helena neemt de kleine mee op haar arm.     

Er is niks in het boek dat mij niet aan spreekt, in het boek zijn sommige woorden een beetje lastig maar door te vragen aan mijn ouders ben ik achter de betekenis gekomen.

Zelf vind ik het leuk dat je bij de boekpresentatie het boek kon kopen en daarbij ook een klein boekje kreeg met de gerechten die in het boek voor kwamen. Ik hoop dat je al veel boeken hebt verkocht en ik kijk uit naar het volgende deel.

Met vriendelijke groet,

Je nichtje Jordan Hessing.

Commissaris Kostas Charitis

De Griekse schrijver Petros Markaris wordt weleens de Griekse Andrea Camilleri genoemd. De bedenker van commissaris Montalbano. Narkaris is de bedenker van commissaris Kostas Charitos, chef moordbrigade in Athene. Wikipedia schrijft over hem:

Petros Markaris (Grieks: Πέτρος Μάρκαρης) (Istanboel1 januari 1937) is een Griekse schrijver, bekend om zijn verhalen over politiecommissaris Kostas Charitos die zich afspelen in Athene.

Levensloop

Markaris, zoon van een Armeense ondernemer en een Griekse moeder, studeerde in Istanboel, Wenen en Stuttgart. Hij spreekt en schrijft Grieks, Turks en Duits. Tegenwoordig woont hij in Athene.

Na zijn studies economie maakte hij in 1965 zijn debuut als schrijver met het toneelstuk Het verhaal van Ali Retzo. Daarna schreef hij nog diverse toneelstukken en creëerde hij populaire series voor de Griekse televisie. Hij vertaalde verscheidene drama’s uit het Duits in het Grieks, waaronder werk van Goethe en Brecht. Hij schreef samen met filmproducent Theodoros Angelopoulos de scenario’s van onder meer Le regard d’Ulysse (1995) en Eleni (2003).

De boeken van Markaris nemen de lezer mee naar het chaotische, hedendaagse Athene. Het politiek incorrecte hoofdpersonage is commissaris Kostas Charitos, Griek, hoofd moordbrigade, echtgenoot en trotse vader. Naast een spannende thriller is elk boek ook maatschappijkritisch, met kritische tussenzinnetjes over Griekenland nu en in het recente verleden onder de dictatuur (het Kolonelsregime), over milieus van voormalige socialisten die hun idealen verloren zijn en nu zonder scrupules geld verdienen, en over heersende vooroordelen.

De boeken over Kostas Charitos zijn populair in verscheidene Europese landen, waaronder Griekenland, Duitsland, Italië en Spanje.

De afgelopen weken heb ik om in de sfeer van Griekenland te blijven, de eerste drie thrillers van hem gelezen. Ik kan je hem van harte aanbevelen. Ook zijn boeken staan vol met moeilijke Griekse namen, maar heeft als hulp achterin een namenlijst. Ik betrapte mij erop dat ik hem regelmatig moest raadplegen. Aangezien ik daar ook door anderen op getipt ben komt zo’n lijst ook in het volgende Papadopoulos verhaal.

Het late journaal. Kostas Charitos werkt als commissaris in Athene. Zijn huwelijk is modaal, hij mist zijn dochter die in Thessaloniki studeert en als hij even vrij heeft leest hij het liefst in woordenboeken. Hij heeft niet bepaalde een positieve kijk op het leven, is soms wat kort aangebonden en niet altijd een even aangenaam mens.
Op een avond wordt hij naar een televisiestudio geroepen waar de onderzoeksjournaliste Janna is vermoord, vlak voordat ze in het late journaal sensationele onthullingen zou doen. De moordenaar moet dat geweten hebben en heeft met zijn daad de bekendmaking van het sensationele nieuws voorkomen.
Charitos was niet erg op Janna gesteld. Ze was jong, succesvol en een harde dame, die hem vaak op de zenuwen werkte, vanwege haar hautaine houding. Maar wanneer hij eenmaal aan deze zaak werkt, raakt hij steeds dieper betrokken bij de onaangename wereld van de media.
Wanneer ook Janna’s opvolger wordt vermoord, beseft Charitos dat hij nog dieper moet graven. Dat brengt zijn positie in gevaar, omdat door zijn theorieën en zijn doortastend speuren verschillende prominenten zich – terecht – ongemakkelijk gaan voelen. De ontmaskering van de moordenaar is een totale verrassing.

Nachtvlinder. Een aardbeving op een Grieks eiland veroorzaakt niet alleen paniek onder de vakantiegangers. Ook komt er een lijk tevoorschijn, een mysterieuze onbekende dode die maanden bedolven lag. Alle reden voor Kostas Charitos zijn vakantie af te breken en met het lijk terug te reizen naar Athene.
Daar wacht nog een zaak op hem: de bekende nachtbaron Koustas is vermoord. Charitos gaat aan de slag, maar zijn hart speelt op en hij belandt in het ziekenhuis. Enige troost is dat zijn dochter uit Thessaloniki op bezoek komt.
Hij zou moeten uitrusten en zich door zijn vrouw laten verwennen. Maar dat doet een echte agent natuurlijk niet, zeker Charitos niet. Liever neemt hij een flinke dosis pijnstillers om toch met zijn oude auto door het overvolle Athene op zoek te gaan naar de daders.
Overdag bezoekt hij, voortdurend gehinderd door stakende vuilnismannen, louche bestuurders van voetbalclubs uit de derde devisie en andere verdachten. ’s Nachts de clubs waar trendy uitgaansvolk, drugsverslaafden, politici, ondernemers en journalisten vertoeven. En niemand lijkt het erg te vinden dat Koustas vermoord is. Integendeel.

De zelfmoord van Che. Athene bereidt zich voor op de Olympische Spelen. De stad is één grote bouwput. De succesvolle ondernemer Jason Favieros doet goede zaken. Dertig jaar geleden was hij een fervent tegenstander van het kolonelsregime, nu gaat het hem als zakenman voor de wind. Waarom schiet hij zich tijdens een live-televisieprogramma door het hoofd?
Kostas Charitos ziet – net als miljoenen andere Grieken – thuis voor de televisie hoe Favieros zich van het leven berooft. De commissaris is herstellende van een zaak die hijzelf nauwelijks overleefde. Na enkele weken ziekenhuis moet hij nu noodgedwongen thuis uitrusten.
Waarom pleegt een gerespecteerd ondernemer zelfmoord? En waarom doet hij dat ten overstaan van een miljoenenpubliek? En waarom maken kort daarna twee andere bekende Grieken, een parlementslid en een journalist, ook een eind aan hun leven? Hebben deze sensationele zelfmoorden met bouwfraude te maken? Charitos wil niets liever dan deze zaak onderzoeken. Nog tijdens zijn verlof gaat hij met toestemming van de hoofdcommissaris aan de slag.
Zijn zoektocht leidt naar de bouwvakkers uit Albanië, naar de firma’s in moderne kantoorkolossen van glas en staal en naar de verpauperde stadswijken. In zijn oude Fiat Mirafiori rijdt hij kriskras door de stad, staat eindeloos in de brandende zon in de file en vindt uiteindelijk de oplossing. Die ligt in het gewelddadige verleden dat nog steeds slachtoffers eist.

Donker,donkerder, donkerst…

In de Volkskrant stond een interessant artikel over, wat ook wel Nordic Noirs wordt genoemd. Daar sluit bovenstaande strip mooi bij aan. Misschien wordt het tijd om naast de noordelijke somberheid meer aandacht te vragen voor het zonnige zuiden. Een nieuwe trend? Inspecteur Papadopoulos loopt zich in ieder geval al warm voor deel twee. Lees hier het artikel uit de Volkskrant.